| |  Vandaag is het exact 10 jaar geleden dat songschrijver Otis Blackwell overleed. We hebben Otis zelf ontmoet in de jaren '90 en kunnen dus uit ervaring getuigen hoe vriendelijk en spontaan de man was. Otis Blackwell won in 1952 een talentenwedstrijd in het Apollo Theater in New York en kreeg als prijs een platencontract bij RCA Records. Hij nam voor dat label en een paar andere meer dan 30 nummers op, die hij bijna allemaal zelf schreef. Zijn eerste single was dat ook: Daddy Rolling Stone was een kleine rhythm & blues-hit en is later onder meer door The Who gecoverd op de B-kant van hun single "Anyway, Anyhow, Anywhere" uit 1965. Blackwell kende verder weinig hitparadesucces met zijn eigen platen, maar vele van zijn songs zouden grote hits worden die miljoenen malen werden verkocht.
In 1956 schreef hij samen met Eddie Cooley het nummer Fever, gebruik makend van het pseudoniem John Davenport. Little Willie John verkocht meer dan een miljoen platen van het nummer. De versie van Peggy Lee uit 1958 zou uitgroeien tot een klassieker, die van Elvis werd een standaardsong in de seventies.
Datzelfde jaar nam Elvis zijn song Don't Be Cruel op. Het nummer werd op single uitgebracht met Hound Dog en stond elf weken lang op nummer 1 op de Amerikaanse hitparade. Het was het begin van een vruchtbare samenwerking met the King. Blackwell bewonderde Presley, en Presley apprecieerde het talent van Blackwell. Don't Be Cruel werd gevolgd door All Shook Up, dat begin 1957 acht weken lang op nummer 1 stond in Billboard Magazines Top 100. Billboard verkoos het nummer tot "song van het jaar" voor 1957. In 1962 schreef hij samen met Winfield Scott Return To Sender voor de Presley-film Girls! Girls! Girls!. Otis Blackwell zong zelf de demo's van zijn composities voor Elvis Presley, die de vocale inflecties van Blackwell letterlijk kopieerde.
Blackwell leverde nog meer hits af voor andere artiesten, waaronder Great Balls of Fire en Breathless voor Jerry Lee Lewis, Handy Man voor Jimmy Jones (een bewerking door Blackwell van een bestaand nummer), later ook opgenomen door Del Shannon en James Taylor, Hey Little Girl voor Dee Clark, en Nine Times Out Of Ten dat een hit werd voor Cliff Richard. Onder anderen ook Clyde McPhatter, Ben E. King, The Coasters en Gene Vincent namen nummers op van Blackwell. Na de hoogtijdagen van de rock 'n roll, heeft Blackwell niet veel meer geschreven. In de jaren '70 nam hij zijn carrière als zanger weer op; hij bracht de albums These Are My Songs! en Singin' the Blues uit. In 1990 vestigde hij zich in Nashville; het jaar nadien werd hij getroffen door een beroerte waardoor hij verlamd werd. Blackwell stierf op 6 mei 2002 in Nashville na een hartaanval. Hij werd in 1986 opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame en in 1991 in de Songwriters Hall of Fame. In 1994 kreeg hij een Pioneer Award van de Rhythm and Blues Foundation. Hij werd 71.
| |